Verkikkerd

Die eerste keer dat jij toen naar mij kwaakte
Maakte ik zó hopla een sprongetje van plezier
Toen jij mij met jouw kikkerverliefdheid raakte
Gingen wij daar lekker saampjes aan de zwier
Hoewel jij nog een gillend kikkerkwaakje slaakte
Was het kikkerliefde aan de kant van de rivier
En omdat jij er zo’n modderpoel van maakte
Zitten wij nu met al die kikkervisjes-kindjes hier
Maar ik zeg oprecht dat vanaf dat ik je schaakte
Ben ik hopeloos verkikkerd op jou lekker dier

Rotterdam

Ik ben in Rotterdam geboren
En als je niet van drukte houdt
Dan kan je hier gewoon niet horen
Want juist als horen en zien je vergaan
En toeristen met busladingen vol aankomen
Dan alleen kan je hier als Rotterdammer bestaan
Op de Coolsingel, in De Koopgoot of de Mart op Zuid
Voor een echte Rotterdammer maakt die herrie niets uit
Dus voor iedereen die in Rotterdam zijn wiegje had
Is er werkelijk niets aan die mooie stad
Wat hem hier niet kan bekoren

Vacances en France

De droge hitte in de stille stad
Je mond verlangt naar bier
En je tandvlees doet nu zeer
Want het heeft het onderhand
Met het harde Franse brood gehad
Je verlangt naar de zachte warme huid
Van de vrouw van wie je zoveel houdt
Tegen die van jou thuis in je eigen bed
Zonet nog langs die hete landweg
Waaide de gerst in wilde paniek
Ogenschijnlijk dansend aan de zwier
Met de wind mee heen en weer
Op je droge lippen proef je zout
Want je lag vanochtend urenlang
Je te vervelen op het strand
En je vraagt je nog eens af
Wat doe ik hier?

De Klok

Vijf slagen per week
Voor de tijd en voor de bel
Met de nikkelen sleutel die er bovenop ligt
Wind ik haar op wanneer het maandag is
Verfoeid door de kinderen, de herrie!
En soms middernacht door mijn lief
Heb je de kamerdeur opengelaten?
Al meer dan honderd jaar lang
Klinkt zij in het tempo van de tijd
En in het huis dat door haar aanwezigheid
Een huis is zoals nergens, tik, tok, tik, tok
Jaagt ze mensen op stang zoals dat heet
Maar nog steeds op de seconde gelijk
Denk ik om twaalf uur: tijd om te gaan lunchen