De moraal van mijn verhaal

Toen ik 18 werd was er nog steeds de Militaire Dienstplicht, ik was een van de laatsten die werden opgeroepen voor actieve dienst. In de eerste maanden werd van ons soldaten gemaakt, de veldtraining, bivak, het schuttersputje en slapen in een pub tentje in de stromende regen op de hei. Met een Esbit blokje een Struik blik Bruine Bonen met Spek opwarmen op twee stokjes in het zand.

En waar iedereen gruwde van de blikmaaltijden, de discipline, het zand in je kleren en de Dienstplicht zelf, had ik het naar mijn zin met zo ongeveer alles wat er te doen was. Ontbijt bijvoorbeeld, met een metalen bord ingedeeld in vakken een Pretpakket opladen en een Mess Tin vol met thee erbij. Een Pretpakket was een Witte Boterham, een Bruine Boterham, Roggebrood, een Beschuit en een Wasa Cracker, plakken Ham en Kaas en Echte Boter. En je Mess Tin met thee er naast. Soms als ik te vroeg wakker was, dan ging ik weleens twee keer! Ik vond alles geweldig, nou ja, bijna alles dan.

Waar ik namelijk een bloedhekel aan had was marcheren. Dat deden ze met ons om de haverklap, even een stukje lopen zei het Kader dan. Dat kader bestond uit een aantal officieren en onderofficieren en een Korporaal-Chauffeur. Die Korporaal was een kontlikker, we leerden al gauw om hem buiten alles te houden wat er in de Barak speelde. Hij deed er alles aan om een streepje erbij te krijgen bij het Kader. Als hij maar klikken kon, dan was hij blij.

Maar met onze Sergeant, Cees, geweldige man was dat, daar liepen wij mee weg. Nou ja, figuurlijk dan, want letterlijk weglopen was met hem een inspannende bezigheid. Hij dreef ons tot het uiterste bij elke mars en oh jongens, wat hield deze man van wandelen zeg! Na het Bivak, het kamperen op de hei waarbij je moest leren om te overleven en een Schuttersputje te graven vond hij het nodig om in de brandende zomerzon te beslissen dat wij die 15 kilometer naar de kazerne best wel konden lopen. We waren uitgeput maar dat gaf niet: “Als we terug zijn dan krijgen jullie van mij een biertje in de Manschappenkantine!”

Vol enthousiasme maar niet heus begonnen wij aan de terugweg van de heide bij Hollandsche Rading terug naar onze Barak. Door mul zand liepen, strompelden en struikelden wij door de ene Tankgang naar de andere en vermengde zich het zand en stof met zweet op onze lijven. Na een uurtje viel de eerste jongen al flauw en moesten we stoppen om de soldaat met de radio de kans te geven om de ZAU, de Laro van STFSTFVZ (het leger is dol op afkortingen) te bestellen om hem op te halen. De beste jongen kon meteen vertrekken want hij bleek iets aan zijn nieren te hebben.

En verder ging het, langs een ruiterpad nu. Op een gegeven moment besloot ik dat ik niet meer verder kon, het zand schuurde achter mijn Webbing Tuig, ik had kramp, er liep zand, stof en zweet in mijn ogen en alles maar dan werkelijk alles deed zeer! De Sergeant kwam pisnijdig naar mij toe, foeterend waarom de colonne gestopt werd door een obstinate militair. “Ik kan niet meer sergeant!” zei ik hijgend terwijl ik probeerde de vieze troep van het stof uit mijn longen te hoesten. Dat laat je zeker wel uit je hoofd was zijn antwoord, ik ga jou voor het hele peloton als voorbeeld stellen om te laten zien dat jij wèl door kan en dan krijg jij twee biertjes. Ik jankte zo ongeveer van de pijn, de schuurwonden op mijn rug en de blaren en dat was ook helemaal geen moeite met het zweet dat in mijn ogen liep.

Met een ferme tik sloeg hij de helm van mijn hoofd en commandeerde mij in de houding. In een halve seconde stond ik stram. Zelf deed hij een paar stappen naar achteren terwijl mijn maten toekeken vanaf een afstand. “Doe één stap naar voren!” beet hij mij toe zo hard dat iedereen zijn aandacht had. Ik deed het trouw, een stap naar voren. ZO!!! Als je één stap kan doen kan je er ook twee. Of vier. Hobbelen!

En zo gebeurde het en kwamen we uiteindelijk die dag strompelend langs de slagboom. En ik kreeg mijn beloofde tweede biertje van hem waarbij hij tegen mij zei, zonder dat de rest het kon horen: “De moraal van mijn verhaal: je kan altijd verder lopen als je nog één stap meer kan op het moment dat je wilt opgeven.

Ik ben het nooit vergeten.

Share this:

Leendert van Gemeren

AuthorLeendert van Gemeren

This is me, Leendert. I am a little bit old-fashioned and I love things from the past, old series like All Creatures Great And Small, mechanical wristwatches, bi-focal glasses and vinyl records for example. I am not keen on modern things and I often work on this old style model railway. I follow Jesus and sometimes write a poem about Him but I also write about my life. Eccentric. You can often find me in the kitchen at parties.


Dit ben ik, Leendert. Ik ben een beetje ouderwets en houd van dingen die geweest zijn, bijvoorbeeld oude Engelse series op TV zoals All Creatures Great And Small, mechanische horloges, bifocale brillen en oude langspeelplaten. Ik houd niet van moderne dingen en werk regelmatig aan een ouderwetse modelspoorbaan. Ik volg Jezus en schrijf mijn gedichten soms ook over Hem maar ik schrijf ook verhalen over het leven. Excentriek. Op feestjes ben ik vaak te vinden in de keuken.

Geef een reactie